Tuchtrecht

Door middel van het lidmaatschap van de beroepsvereniging laat je zien dat je handelt volgens de Beroepscode die op jou van toepassing is. Dat kan bij je BPSW-lidmaatschap de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker, die van de Sociaal-Agogisch werker of die van de Maatschappelijk Werker zijn.

Bij het aangaan van je lidmaatschap onderschrijf je de Beroepscode die voor jou geldt en geef je aan dat je je daaraan toetsbaar opstelt middels het (verenigings)tuchtrecht. Op basis van het Reglement van de Tuchtrechtspraak kan een ieder die het vermoeden heeft dat een beroepsbeoefenaar door zijn handelen of nalaten de beroepscode heeft geschonden een schriftelijke klacht indienen bij het College van Toezicht, een onafhankelijk tuchtcollege.

Het tuchtrecht is bedoeld als een onpartijdige, deskundige behandeling van een klacht. Doel van het tuchtrecht is uiteindelijk om de kwaliteit van het beroep te bevorderen door toetsing van en reflectie op het handelen van de professional. Daarvoor toetsen de tuchtcolleges klachten aan de Beroepscode. Als het College van Toezicht tot een uitspraak is gekomen worden partijen (onder voorwaarden) in de gelegenheid gesteld in beroep te gaan tegen deze uitspraak. Conform artikel 12 van het Reglement voor de Tuchtrechtspraak worden uitspraken opgenomen in een jurisprudentieverzameling.

Bij het kwaliteitsregister jeugd / SKJ geregistreerde jeugdzorgwerkers vallen onder de Beroepscode Jeugdzorgwerkers - die eigendom is van de jeugdzorg professionals zelf en dus van de beroepsvereniging. Stichting Kwalteitsregister Jeugd/SKJ voert voor jeugdzorgwerkers het tuchtrecht uit. Kijk voor meer informatie op www.skjeugd.nl.